top of page
  • Foto van schrijverRosalinde van Dijk

Nicole (25): “Ik heb nachten wakker gelegen. Mijn lichaam was helemaal van slag.”

In 2017 kreeg ik een baan aangeboden op de basisschool waar ik mijn eindstage voor de PABO had gelopen. Mijn hart lag eigenlijk bij de lagere klassen, maar daar zou ik alleen als invalkracht aan de slag kunnen. Ze hadden wel nog een docent nodig voor twee hogere klassen waarvan de kinderen al wat ouder waren. Ik had dan ook uitzicht op een vast contract. Het was een super toffe kans die ik niet wilde laten schieten, dus uiteindelijk besloot ik ervoor te gaan. Naast mijn baan in het onderwijs deed ik op woensdag een gymopleiding, zodat ik ook gymlessen zou mogen geven. Drie dagen per week was ik op het voetbalveld te vinden en op vrijdagavond ging ik vaak stappen met vriendinnen. Mijn dagen waren volgepland.


Ik kwam er al snel achter dat de kinderen op mijn werk veel persoonlijke aandacht nodig hadden. Er was mij al eens verteld dat dit pittige groepen waren, maar nu ondervond ik het zelf. Het was zwaar, helemaal voor een docent die net begon. Naast mijn werk en alle extra zorg die ik moest leveren moest ik ook een stagiaire begeleiden. Ik vond het leuk om te doen, maar het was eigenlijk veel te veel.


Ik heb een groot verantwoordelijkheidsgevoel en maakte ik me vaak druk over dingen waar ik eigenlijk geen invloed op had. Als het slecht ging met mijn zusje of ouders kon ik daar lang over piekeren. Anderen gingen vaak voor en ik zette mijzelf op de laatste plek. Ik ben de oudste van de familie en op familiefeestjes probeerde ik de kleintjes te vermaken en de ouders te ontzorgen. Bij voetbal nam ik veel taken op me, omdat ik vond dat ik dat als aanvoerder moest doen. Mijn grote verantwoordelijkheidsgevoel kwam ook tot uiting als vriendinnen jarig waren. Ik wilde er altijd voor zorgen dat iedereen een uniek cadeau of persoonlijke verrassing kreeg.


In september dat jaar was ik met mijn nieuwe baan gestart, maar rond de herfstvakantie ging ik al met veel tegenzin naar mijn werk. Ik had elke dag hoofdpijn en kon veel prikkels niet meer hebben. Licht en geluid irriteerde mij enorm. Ik ben altijd gek geweest op muziek, maar ik kon de radio niet meer verdragen. Ik had steeds het gevoel alsof er een griepje aan zat te komen en ik even goed moest uitzieken.


In November stortte ik in. De vermoeidheid die ik voelde leek ik niet meer bij te kunnen slapen. Ik kon alleen nog maar huilen. Het was te veel geweest en ik was helemaal op. Voor mijn gevoel moest ik meer doen dan ik kon. Ik wilde absoluut niet meer terug naar mijn werk. Ik was bang dat mijn lichaam het niet meer zou trekken. Al vrij snel had ik het gevoel dat dit niet zomaar zou overgaan en het misschien wel eens lang zou gaan duren voor ik weer de oude zou zijn. Na mijn instorting lukte het mij niet meer om normaal te slapen. Soms lag ik urenlang wakker, terwijl ik juist heel moe was. Of ik werd heel vroeg in de morgen wakker en kon niet meer doorslapen. Ik heb nachten wakker gelegen. Mijn lichaam was helemaal van slag. Als ik opstond vroeg ik me af hoe ik de dag zou doorkomen. Alleen het uit bed komen was al een hele opgave.

“Ik heb nachten wakker gelegen. Mijn lichaam was helemaal van slag.”

Ik meldde me ziek en hoopte dat ik mij snel beter zou voelen, maar dat gebeurde niet. Na een week ging ik naar de huisarts en die bevestigde wat ik al vermoedde: Ik was compleet overwerkt. Het lukte mij op dat moment niet eens meer om een bladzijde uit een boek te lezen. Als ik me in een prikkelrijke omgeving bevond hield ik dat amper vol en midden op het voetbalveld brak ik in tranen uit. Het was een bizarre ervaring, alsof ik er steeds niet helemaal bij was en alles van een afstandje zag gebeuren.


Hoe moeilijk ik het ook vond, ik probeerde toch consequent een dagritme aan te houden, omdat ik wist dat dit belangrijk was. Daarnaast probeerde ik elke dag minstens één ding te doen. Soms was dat een halfuurtje bewegen op andere dagen was ik een kwartiertje aan het tekenen. Ik vond het moeilijk om niet productief te zijn, omdat ik altijd volle dagen had gehad. Maar na een halfuurtje bewegen moest ik drie uur bijkomen, dus ik kon niet anders. Na drie maanden moest ik van de bedrijfsarts weer aan het werk. Ik moest drie dagen van twee uur draaien en dit zouden we dan gaan opbouwen naar vier dagen van vier uur. Ik trok dit absoluut nog niet en gaf dit ook vrij snel aan, maar hij pushte mij steeds weer om het toch te proberen.


Toen ik aan het re-integreren was, was dat niet in mijn eigen klassen. Als ik een van mijn eigen leerlingen zag lopen schoot de paniek door mij heen. Ik kwam dan direct in een soort actie-modus en wilde ze eigenlijk meteen helpen waar kon, maar kon dat helemaal niet aan. Ook was het confronterend omdat ik mij besefte dat ik na drie maanden werken in het onderwijs al was uitgevallen. Ik wilde alle ballen hoog houden en had de lat veel te hoog gelegd.


Ik kon me ook enorm druk maken over van alles. Als van te voren wist ik met vier vriendinnen in dezelfde ruimte zou zijn, dan wist ik gewoon dat ik niet de concentratie kon opbrengen om geïnteresseerd te luisteren en ik naderhand kapot zou zijn. Van te voren was ik dan enorm aan het piekeren daarover. De stress zat echt in mijn lijf en ik regeerde heel sterk op de kleinste dingen. Ik besefte me wel dat dit écht niet normaal was. Normaal gesproken zou ik vier keer zoveel doen en daar geen stress bij ervaren.



Na een paar maanden op dezelfde voet verder te zijn gegaan, had ik weer een gesprek met mijn bedrijfsarts. Ik vertelde hem dat het gewoon écht niet lukte en dat ik het niet langer trok. Pas toen nam hij mij echt serieus. Ik stopte per direct op de basisschool met werken. Ik heb vrij snel nadat ik uit was gevallen hulp gekregen van een psycholoog. Zij heeft mij echt een spiegel voorgehouden en samen hebben we oude patronen doorbroken. Met haar heb ik gesproken over onverwerkte ervaringen uit mijn jeugd en heb ik mijn eigen denkwijze onder de loep genomen. Ik heb in totaal veertien maanden therapie gehad en Ik heb daar onwijs veel aan gehad.


Tijdens mijn burn-out leerde ik waar ik energie van kreeg en waar ik ontspanning uit haalde. Zo ging ik vaker wandelen langs de zee of in het bos. Ik vond het heerlijk om uit te waaien en het wandelen is dan ook echt mijn manier geworden om te ontspannen. Ook ging ik vaker even in de zon zitten of bakte ik iets. Ik weet nu waar ik van oplaad. Daarnaast ben ik ook mindfulness gaan beoefenen. Ik plande deze momenten voor mijzelf in, zodat ik het ook daadwerkelijk zou doen.

Het moeilijkste aan thuis zitten vond ik dat ik zag dat iedereen doorging met zijn leven en ik stil stond. Het was frustrerend dat ik drieëntwintig jaar was en zoveel wilde doen, maar het gewoon echt niet kon. Ik was dan ook ontzettend opgelucht toen ik me op een gegeven moment weer iets beter begon te voelen. Ik merkte bijvoorbeeld dat ik me thuis begon te vervelen. Het gevoel dat ik heel druk was terwijl ik eigenlijk weinig deed trok langzaam weg. Er kwam ruimte voor andere dingen. Dat was een goed teken.


“Het moeilijkste aan thuis zitten vond ik dat ik zag dat iedereen doorging met zijn leven terwijl ik stil stond”

Nadat ik een jaar thuis was geweest besloot ik dat ik niet verder wilde in het onderwijs. Ik kon de werkdruk niet aan en ik voelde dat mijn hart ergens anders lag. Voeding en diëtiek heb ik altijd al ontzettend interessant gevonden, maar ik zag het niet zitten om nog eens een studie van vier jaar te doen. Ik besloot uiteindelijk om verschillende korte opleidingen te doen. Ik begon met de opleiding tot gewichtsconsulent. Ik werd door de sportschool uit mijn dorp gevraagd om te komen werken en daar mijn uren rustig op te bouwen. Het voelde alsof ik de hele wereld weer aankon en ik had het idee dat ik goed hersteld was van mijn burn-out.


Na drie weken merkte ik dat ik er nog lang niet was. Het werken vroeg veel van mij. Als ik twee dagen had gewerkt moest ik drie dagen bijkomen. In het weekend had ik echt geen energie meer voor leuke dingen. Ik gebruikte de tijd om weer op te laden. Het heeft nog best even geduurd voor mijn energielevel weer oké was.


Ik heb gemerkt dat een mentale ziekte of iets wat niet zichtbaar is, voor de omgeving moeilijk te begrijpen is. Mijn ouders deden heel erg hun best om mij te begrijpen, maar dat lukte ze niet altijd. Ik probeerde het vaak uit te leggen, maar soms had ik daar ook gewoon niet de energie voor. Dan had ik mijn handen vol aan mijzelf. Mijn zusje vond het soms ook lastig te begrijpen. Helemaal als zij dan na een lange dag werken thuis kwam en ik op de bank lag. Dat deed soms pijn, want ik had niet voor deze situatie gekozen. Ik dacht wel eens: ik zou willen dat ik kon doen wat jij allemaal doet. Ik zou niemand toewensen waar ik doorheen ben gegaan. Ondanks dat het voor veel mensen moeilijk te begrijpen was, merkte ik wel dat iedereen echt zijn best deed om begrip op te brengen. Ook mijn beste vriendin heeft mij heel erg goed gesteund en daar ben ik ontzettend dankbaar voor. In de burn-out periode leerde ik echt wie er voor mij waren.

“Ik zou niemand toewensen waar ik doorheen ben gegaan.”

Op dit moment gaat het erg goed met mij. Ik heb veel meer rust in mijn leven geïntegreerd en ik heb nu al enige tijd een eigen bedrijf. Ik werk als voedingsconsulente en leefstijlcoach. Ook heb ik vorig jaar de keuze gemaakt om toch weer met kinderen te gaan werken. Dus naast mijn eigen bedrijf werk ik in de kinderopvang. Ik heb mijn uren rustig opgebouwd. Ik heb nog wel momenten dat ik even op de rem moet gaan staan, maar ik herken de signalen en heb genoeg handvatten gekregen om niet terug te vallen in oude patronen. Door mijn eigen bedrijf heb ik nu de vrijheid om rust in te plannen als ik dat nodig heb. Ik kijk met veel positiviteit naar de toekomst. Ik heb heel veel zin in alles wat komen gaat. Ik ben blij waar ik nu sta als mens en blij met de groei die ik dankzij mijn burn-out heb door mogen maken.




コメント


bottom of page